De handreiking Sport en bewegen met een beperking: de belemmeringen in beeld van Kenniscentrum Sport & Bewegen helpt jou als buurtsportcoach of coördinator om deze systeembelemmeringen te herkennen. Je ontdekt welke partijen invloed hebben, waar knelpunten ontstaan en met wie je het gesprek kunt voeren om verandering mogelijk te maken. De inhoud van de tool is gebaseerd op ervaringen van ouders, professionals, beleidsmakers en organisaties uit sport, onderwijs, zorg, welzijn en overheid.
Betrokken spelers
Rond een kind met een beperking staan verschillende mensen en organisaties, zoals ouders, school, sportaanbieders, zorgprofessionals en de gemeente. Hun keuzes en mogelijkheden kunnen sporten en bewegen makkelijker maken, maar soms ook onbedoeld belemmeren. Een ouder heeft bijvoorbeeld geen tijd voor het vervoer, een gymdocent is gebonden aan een vast lesprogramma of een sportaanbieder mist kennis over passend aanbod. De handreiking brengt per betrokken speler belemmeringen in beeld binnen zes thema’s:
- Kennisinfrastructuur,
- Fysieke infrastructuur
- Wet- en regelgeving,
- Waarden, normen en symbolen
- Interactie
- Marktstructuur.
Zo zie je waar een belemmering ontstaat en wie kan bijdragen aan een oplossing.
Het Ecologisch model van Bronfenbrenner
Het Ecologisch model van Bronfenbrenner laat zien dat gedrag ontstaat door de wisselwerking tussen een persoon en zijn omgeving[2]. Het kind staat in het midden, met daaromheen verschillende lagen die direct of indirect invloed hebben.

Het individu
Begin bij het kind zelf[2]. Wat vindt het leuk, wat kan het al en wat is nodig om mee te doen? Een kind weet niet altijd welke sport past, waar passend aanbod te vinden is of welke ondersteuning mogelijk is. Ook kunnen vervoer, begeleiding, een sporthulpmiddel of het ontbreken van een sportmaatje een drempel vormen[3]. Soms is het aanbod er wel, maar voelt een kind zich niet prettig of welkom in de groep.
Ga daarom niet alleen uit van wat jij denkt dat nodig is, maar vraag het kind en de ouders naar hun wensen en ervaringen. Help daarna bij een concrete eerste stap. Zoek bijvoorbeeld passend aanbod via Uniek Sporten, gebruik de Beweegcirkel om mogelijkheden te bespreken, regel randvoorwaarden zoals financiën of vervoer, of zoek een maatje. Zo maak je de stap naar sporten en bewegen kleiner.
Kennis over Sportondersteuning
Meer weten over randvoorwaarden zoals vervoer, sporthulpmiddelen en financiele ondersteuning? Op Kennis over Sportondersteuning vind je praktische informatie en hulpmiddelen voor professionals.
Het microsysteem
De kring die het dichtst bij het kind staat, vormt het microsysteem[2]. Het gaat om de mensen en omgevingen met wie een kind direct contact heeft, zoals ouders, broers en zussen en het (speciaal) onderwijs. Zij zien vaak goed wat een kind leuk vindt, waar het tegenaan loopt en welke ondersteuning nodig is.
Als buurtsportcoach kun je samen met ouders en school verkennen wat het kind nodig heeft. Je kunt passend aanbod voorstellen, een kennismaking regelen of samen zoeken naar ondersteuning. Zo hoeft een gezin niet alles zelf uit te zoeken.
Het mesosysteem
Waar het microsysteem bestaat uit de mensen en omgevingen dicht bij het kind, gaat het mesosysteem over de samenwerking daartussen[2]. Weten ouders, school, zorg en de sportaanbieder elkaar te vinden? En delen zij wat het kind nodig heeft om mee te kunnen doen?
Een sportaanbieder wil een kind bijvoorbeeld graag verwelkomen, maar weet niet welke aanpassingen nodig zijn. Een zorg- of welzijnsprofessional weet misschien goed wat bij het kind werkt, maar heeft nog geen contact met de sportclub. Als deze partijen los van elkaar werken, is het kind daar de dupe van.
Als buurtsportcoach kun je de verbinding leggen. Breng betrokkenen bij elkaar, bespreek wat iedereen kan bijdragen en maak samen een concrete eerste stap mogelijk, zoals een kennismaking of proefles. Zo hoeft het kind of gezin niet zelf alle partijen met elkaar te verbinden.
Het exosysteem
Het exosysteem bestaat uit organisaties en besluiten waarmee een kind meestal niet rechtstreeks te maken heeft, maar die wel bepalen wat er lokaal mogelijk is[2]. Denk aan de gemeente en ondersteunende sportorganisaties. Zij maken bijvoorbeeld keuzes over subsidies, vervoer, toegankelijke accommodaties en ondersteuning voor sportaanbieders. Deze keuzes hebben invloed op de vraag of passend sportaanbod beschikbaar en bereikbaar is.
Als buurtsportcoach sta je dicht bij de praktijk en heb je vaak ook contact met beleidsambtenaren of kun je praktijkervaring inbrengen in lokaal beleid. Verzamel daarom signalen van kinderen, ouders en sportaanbieders en bespreek deze met de gemeente en ondersteunende organisaties. Betrek waar mogelijk ervaringsdeskundigen. Met concrete voorbeelden maak je zichtbaar wat goed werkt en waar beleid of ondersteuning nog beter kan aansluiten.
Het macrosysteem
Waar het exosysteem vooral de lokale voorwaarden bepaalt, gaat het macrosysteem over de bredere maatschappelijke en landelijke kaders[2]. Denk aan wetgeving, landelijke beleidskeuzes, culturele normen en ideeën over wie kan meedoen aan sport en bewegen. Ook ministeries en kennisinstituten spelen hierin een rol. Zij ontwikkelen beleid, verzamelen kennis en bepalen mede welke onderwerpen aandacht krijgen.
In de praktijk sluiten beleidsterreinen zoals sport, onderwijs, zorg, vervoer en toegankelijkheid niet altijd goed op elkaar aan. Ook kan kennis verspreid zijn over verschillende organisaties. Dat maakt het voor lokale professionals lastiger om de juiste ondersteuning te vinden of knelpunten op te lossen.
Als buurtsportcoach verander je het landelijke systeem niet zomaar, maar je kunt de praktijk wel zichtbaar maken. Deel signalen, ervaringen en goede voorbeelden via je netwerk, brancheorganisaties, kennisinstituten, beleidscontacten of sociale media. Werk daarbij waar mogelijk samen met ervaringsdeskundigen. Zo help je landelijke partijen beter te begrijpen wat lokaal werkt en waar nog drempels blijven bestaan.
Conclusie: kijk naar de omgeving
Een kind dat wil sporten, kan op verschillende plekken drempels tegenkomen. Niet alleen bij het sportaanbod zelf, maar ook thuis, op school, in de samenwerking tussen organisaties of in lokaal en landelijk beleid. Kijk daarom niet alleen naar wat het kind nodig heeft, maar ook naar de mensen, organisaties en voorwaarden eromheen.
Als buurtsportcoach hoef je al deze belemmeringen niet zelf op te lossen. Je kunt ze wel signaleren, de juiste spelers bij elkaar brengen en praktijkervaringen delen. Gebruik de handreiking Sport en bewegen met een beperking – de belemmeringen in beeld om te ontdekken waar een belemmering ontstaat, wie invloed kan uitoefenen en welke eerste stap jullie samen kunnen zetten.
Bronnen
- Gómez Berns, A., Lindert, C. van, & Schurink-van ’t Klooster, T.M. (2025). Vrijetijdsbesteding van kinderen met een beperking: een vergelijking tussen kinderen met en zonder beperking. Utrecht: Mulier Instituut.
- Bronfenbrenner, Urie. The ecology of human development: Experiments by nature and design. Harvard university press, 1979.
- Fonds Gehandicaptensport, NOC*NSF. Fonds Gehandicaptensport Sportdeelname Index: november 2025 [Internet]. [geraadpleegd 22 juli 2026]. Beschikbaar via: https://www.fondsgehandicaptensport.nl/onderzoeken/
Onderwerpen
Dit artikel is ook getoond op Allesoversport.nl